Kennisbank
Verwarmingsmat installeren, stap voor stap
Van legschema tot afgewerkte vloer: voorbereiding, uitrollen en omklappen, en het verschil tussen verwerken in gietmortel en in tegellijm.
De verwarmingsmat is snel gelegd, maar de fouten die je maakt zijn definitief zodra de lijm hard is. Werk daarom in deze volgorde en meet op elk controlemoment.
Voordat je begint
Schakel de stroom volledig af bij het hanteren van elektrische onderdelen. Controleer of het oppervlak van de mat overeenkomt met het te verwarmen vloeroppervlak en of er voldoende stroomcapaciteit is. De elektrische installatie hoort te worden uitgevoerd door een erkend installateur volgens NEN 1010.
1. Voorbereiding en legschema
- Maak een legschema. Bepaal daarin ook waar de thermostaat komt: niet in direct zonlicht, zo dicht mogelijk bij de te verwarmen vloer, en voor het gebruiksgemak op circa 1,5 m hoogte.
- Bepaal het verloop van de bedrading. Voorkom direct contact tussen de voedingsdraad en de verwarmingskabel, en laat draden elkaar niet kruisen.
- Bepaal de banen. Naast elkaar, niet overlappend. Maak een schets, want die gegevens gaan straks op de meterkastkaart.
- Frees waar nodig sleuven in de wand en monteer de inbouwdoos, elektrabuis en vloersensorbuis.
2. Vloersensor plaatsen
- De sensor komt in de sensorbuis, in het midden van een lus, op een representatieve plaats in de ruimte.
- Nooit in de buurt van een verborgen radiatorleiding, en nooit dwars onder een verwarmingskabel.
- Minimaal 50 cm afstand tot radiator- en waterleidingen, afvoeren en elektriciteitskabels.
- Hak een geul van circa 2 cm diep voor de sensorbuis. Bij een cementdekvloer of gietmortel is een geul niet altijd nodig, maar de buis moet wel volledig bedekt worden.
- Zet de buis eventueel met ducttape vast aan de ondervloer zodat hij niet gaat drijven.
- Dop de buis af met de meegeleverde dop, zodat er geen cement in loopt en de sensor later vervangbaar blijft.
3. Meting 1
Meet de weerstand met de multimeter vóórdat je de mat legt, en documenteer de waarde op de meterkastkaart. De afwijking mag maximaal −5% tot +10% zijn ten opzichte van de tabelwaarde. De tabel staat in weerstand meten en controlemetingen.
4. Ondergrond gereedmaken
De ondergrond waar de mat op komt moet vlak, schoon, stof- en vetvrij zijn. Wees vanaf dit moment voorzichtig met scherpe voorwerpen die de verwarmingskabel kunnen beschadigen.
5. Mat uitrollen en omklappen
Afhankelijk van de verwerkingsmethode leg je de mat met de glasvezelzijde omhoog of omlaag; zie stap 6.
- Begin bij het punt waar de bedrading uit de wand komt.
- Rol de mat uit tot circa 15 cm voor de volgende wand.
- Knip de glasvezelmat door, zonder de verwarmingskabel te beschadigen.
- Klap de mat om en rol verder uit tot het volgende omklappunt.
De verwarmingskabel blijft heel
De oranje verwarmingskabel mag niet worden ingekort of doorgeknipt. Is er geen ruimte meer voor een baan van 50 cm, haal dan de kabel van de mat en leg hem zelf in lussen, met dezelfde lusafstand en nooit kleiner dan 50 mm. Zet de lussen vast met aluminiumtape.
6. Verwerken in gietmortel of egaline
Rol de mat uit met de verwarmingskabel naar boven, zodat je de kabels ziet.
- Haal het uiteinde van de aansluitkabel door de elektrabuis naar de thermostaat en breng de vloersensor via de andere buis naar de vloer.
- Fixeer de mat op de ondervloer met de zelfklevende achterzijde. Dit voorkomt dat de glasvezelmat gaat drijven op de egalisatie. Plakt de laag onvoldoende, zet de mat dan extra vast met tegellijm.
- Meet de kabel opnieuw door: zowel tussen beide weerstandsdraden als tussen de aardmantel en beide weerstandsdraden.
- Lees de verwerkingswijze van de gietmortel, controleer dat het product geschikt is voor vloerverwarming en volg de instructies van de fabrikant exact.
- Respecteer de droogtijd en breng daarna de vloerbedekking aan.
Niet twee lagen
Twee aparte egalisatielagen over elkaar aanbrengen wordt ten strengste afgeraden: dat brengt spanning in de vloer.
7. Verwerken in tegellijm
Rol de mat uit met de verwarmingskabel naar onderen, zodat je alleen het glasvezelnet ziet.
- Haal de aansluitkabel door de elektrabuis naar de thermostaat en breng de vloersensor via de andere buis naar de vloer.
- Breng een laag tegellijm aan op de ondervloer.
- Rol de mat uit over de tegellijm, met de kabel naar onderen.
- Druk de mat voorzichtig aan, met handschoenen, en verdeel de lijm die door de mat heen komt.
- Strijk de lijm glad. Gebruik een kunststof tegelkam om de mat niet te beschadigen.
- Is de lijm droog en ligt de mat vast, breng dan de volle tegellijmlaag aan, zonder luchtbellen.
- Druk de tegel vast met een licht schuivende beweging.
8. Thermostaat en ingebruikname
Sluit de thermostaat aan volgens NEN 1010 en de handleiding van de thermostaat; gebruik altijd een thermostaat met vloersensor. Zie thermostaat en vloersensor monteren.
Volg voor het opwarmen de instructies van de lijm- of cementfabrikant. Voor cementdekvloeren geldt in het algemeen een droogtijd van één week per aangebrachte centimeter, met een minimum van drie weken. Warm niet eerder op.
9. Opleveren
Vul de meterkastkaart volledig in, teken het legschema of maak er een foto van, en hang de kaart in de meterkast. De kaart is onderdeel van de garantievoorwaarden; zie garantie, meterkastkaart en oplevering.