Kennisbank
Vloerverwarming in badkamers en natte ruimtes
Waarom verwarmingsfolie voor droge montage niet in een badkamer hoort, welk systeem er wel in gaat en waar je op moet letten bij zonering en vrij vloeroppervlak.
De badkamer is de ruimte waar het vaakst het verkeerde systeem wordt geleverd. De vraag klinkt logisch: er ligt al folie in de woonkamer, dus waarom niet in de badkamer? Het antwoord zit in de vloeropbouw en in de elektrische veiligheidseisen.
Waarom folie voor droge montage hier niet in hoort
- De vloeropbouw past niet. Een badkamer heeft een verlijmde, waterdichte toplaag, bijna altijd tegels. Folie voor droge montage is gemaakt voor een zwevende vloer die er los op ligt. Die opbouw bestaat hier niet.
- Er is geen zwevende laag om in te leggen. Onder tegels hoort een systeem dat in tegellijm of egaline wordt weggewerkt, niet iets dat droog en los ligt.
- De omgeving is vochtig. Een systeem voor droge montage in een woonkamer is niet ontworpen voor de omstandigheden en de zonering van een natte ruimte.
Vaste regel
Geen verwarmingsfolie voor droge montage in badkamers, doucheruimtes of andere natte ruimtes. Ook niet “alleen bij de wastafel”.
Wat er wel in gaat
Voor natte ruimtes lever je de verwarmingsmat: een verwarmingskabel van 2 mm op een zelfklevende glasvezelmat, 150 W/m², die je direct in de tegellijm of in een dunne egalisatielaag verwerkt. Aansluiting volgens NEN 1010 door een erkend installateur, met inachtneming van de zonering die voor de ruimte geldt.
Vrij vloeroppervlak: reken je niet rijk
In een badkamer valt veel oppervlak weg. Onder een ligbad en een douchebak komt geen verwarming, want de warmte moet vrij kunnen afgeven. Daar komt een muurafstand van circa 15 cm bij, en vaak nog een vast wandmeubel of wasmachineopstelling.
Praktijk
Van een badkamer van 7,5 m² blijft in de praktijk vaak 3 tot 4 m² over om te verwarmen. Bij 150 W/m² is dat 450 tot 600 W. Genoeg voor een warme vloer, niet genoeg om de ruimte als enige warmtebron op temperatuur te brengen. Zet dat vooraf op papier, dan voorkom je discussie bij de oplevering.
Bespreek daarom altijd expliciet of het comfortverwarming is of hoofdverwarming. In de meeste badkamers blijft een handdoekradiator of infraroodpaneel nodig voor de warmtevraag. Reken het na met vermogen en isolatie berekenen.
Wand meeverwarmen
Blijft er te weinig vloeroppervlak over, dan kun je een deel van de mat in de wand verwerken, meegenomen in de stuclaag of in tegellijm. Dat is een reguliere toepassing en geen noodgreep, en levert in een kleine badkamer vaak het comfort dat op de vloer niet meer te halen is.
Aandachtspunten bij de montage
- Vloersensor in een sensorbuis, tussen twee verwarmingskabels, buis afgedopt zodat hij vervangbaar blijft.
- Minimaal 50 cm afstand tot verborgen radiator- en waterleidingen, afvoeren en elektriciteitskabels.
- Niet over dilatatievoegen heen.
- Flexibele tegellijm en voegsel die geschikt zijn verklaard voor vloerverwarming.
- Kunststof lijmkam, geen metalen kam.
- Weerstand meten op alle vier de controlemomenten: zie weerstand meten.
Thermostaat
Gebruik altijd een thermostaat met vloersensor. In een natte ruimte hoort het bedieningsdeel buiten de zone waarin het niet mag hangen; plaats de thermostaat volgens NEN 1010 en de handleiding van de thermostaat. Zie thermostaat en vloersensor monteren en de thermostaten.