Kennisbank
Thermostaat en vloersensor monteren
Plaatsbepaling, sensormontage, schakelvermogen en wanneer je een relaisschakeling nodig hebt. De sensor is de meest voorkomende oorzaak van een slecht regelende vloer.
De thermostaat bepaalt of het systeem lekker regelt of blijft schommelen. In de praktijk zit de oorzaak van een slecht regelende vloer bijna nooit in de thermostaat zelf, maar in de plaats van de vloersensor.
Altijd een thermostaat met vloersensor
Gebruik bij elektrische vloerverwarming altijd een thermostaat die is voorzien van een vloersensor. Een thermostaat die alleen de ruimtetemperatuur meet, kan de vloertemperatuur niet begrenzen. Daarmee loop je het risico dat de maximale oppervlaktetemperatuur van de toplaag wordt overschreden, wat schade geeft aan laminaat, PVC of parket.
Plaats van de thermostaat
- Niet in direct zonlicht.
- Zo dicht mogelijk bij de te verwarmen vloer.
- Op circa 1,5 m hoogte, voor het gebruiksgemak.
- Inbouwdoos van minimaal 5 cm diep.
- In een natte ruimte: buiten de zone waarin het volgens NEN 1010 niet mag.
Plaats van de vloersensor
Hier gaat het mis
- Monteer de sensor in het midden tussen twee verwarmingskabels, voor een optimale temperatuurregistratie.
- De sensorbuis mag geen verwarmingskabels kruisen, en de sensor nooit dwars onder een verwarmingskabel.
- Houd minimaal 50 cm afstand tot verborgen radiator- en waterleidingen, afvoeren en elektriciteitskabels.
- Kies een representatieve plek in de ruimte, niet onder een vast meubel of in een hoek.
Zit de sensor te dicht op een kabel, dan meet hij te warm en schakelt de vloerverwarming te vroeg af: de ruimte wordt niet warm. Zit hij boven een leiding of in een koude hoek, dan meet hij te koud en blijft het systeem doordraaien.
De sensorbuis
- De vloersensor blijft altijd in de sensorbuis zitten. Zo is hij later vervangbaar zonder de vloer te openen.
- Dop het uiteinde van de buis af, zodat er geen cement of egalisatie in loopt en de sensor niet vast komt te zitten.
- Hak een geul van circa 2 cm diep voor de buis. Bij een cementdekvloer of gietmortel is dat niet altijd nodig, maar de buis moet volledig bedekt zijn.
- Zet de buis eventueel vast met ducttape zodat hij niet gaat drijven.
- De sensor heeft standaard een lengte van circa 3 meter en kan indien nodig worden verlengd.
Schakelvermogen en groepen
- Sluit niet meer dan 3400 watt aan per groep.
- Meerdere matten of banen in één ruimte? Plaats een verzamelcontactdoos, zodat er één voedingskabel naar de thermostaat loopt. Houd het maximale aansluitvermogen van de thermostaat in acht.
- Komt het aansluitvermogen boven wat de thermostaat kan schakelen, dan installeer je een relaisschakeling. Zonder relais brandt het contact van de thermostaat door.
Aansluiten en in gebruik nemen
De aansluiting hoort te worden uitgevoerd door een erkend installateur of overeenkomstig NEN 1010. Meet de weerstand nog één keer vóór je de thermostaat koppelt; dat is het vierde controlemoment uit weerstand meten en controlemetingen.
Volg voor het eerste opwarmen de instructies van de lijm- of cementfabrikant. Bij cementdekvloeren geldt in het algemeen één week droogtijd per centimeter, met een minimum van drie weken.
Uitleg aan de klant
Een elektrisch verwarmde vloer reageert langzamer dan een radiator. Adviseer de klant om met een constante instelling of een vast klokprogramma te werken in plaats van handmatig bij te stellen. Leg ook de maximale vloertemperatuur uit die bij de toplaag hoort, en waarom die begrensd is.